Wat goed onderwijs is, wordt voor een groot deel bepaald door de samenleving. Die stelt de vraag: Wat hebben leerlingen nodig om in de maatschappij van deze tijd te kunnen functioneren?
Hoewel de antwoorden daarop variëren, is er op hoofdlijnen wel eensgezindheid over wat goed onderwijs inhoudt:
Goed onderwijs
- komt tegemoet komt aan de basisbehoeften van leerlingen
- helpt leerlingen om die dingen te leren die maatschappelijk noodzakelijk zijn en die ze zelf willen en
kunnen leren
- is bij de tijd (inhoud, leermiddelen, werkwijzen)
- past bij de eigen identiteit van de school en bij de actuele stand van zaken in de onderwijskundige
theorie en praktijk
Goede leraren
Als we nu weten wat goed onderwijs is, dan volgt de vraag: wat is een goede leraar? Om te beginnen moet een leraar natuurlijk allerlei vakkennis hebben. Maar dat is niet genoeg: hij moet die kennis ook op een goede manier kunnen inzetten als hij met zijn leerlingen werkt. Daarbij spelen pedagogisch inzicht, didactische vaardigheid en organisatorisch talent een grote rol. Vervolgens is de omgang met leerlingen van cruciaal belang voor zijn werk en ook zal de leraar moeten kunnen samenwerken met collega’s. En dan staan er nog gesprekken met ouders en overleg met instanties in zijn agenda. De professionele activiteiten van een leraar bestrijken een groot gebied. Wat een goede leraar is, valt dus niet in één zin te zeggen.
Een leraar handelt altijd op basis van een geheel van kennis, inzicht en vaardigheden. Daarbij spelen ook de beroepsopvattingen, beroepshouding en persoonlijke eigenschappen een belangrijke rol.
Zeven competenties
De verantwoordelijkheden van een leraar zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te onderscheiden: de interpersoonlijke rol, de pedagogische, de vakinhoudelijke & didactische en de organisatorische. Deze beroeps-rollen worden vervuld in vier verschillende typen situaties die kenmerkend zijn voor het beroep van leraar: het werken met leerlingen, met je collega's, met de omgeving van de school en met jezelf. Bij dat laatste gaat het om het werken aan je eigen professionele ontwikkeling.
Door de vier beroepsrollen en de vier typen situaties met elkaar in verband te brengen, ontstaat er een raamwerk voor de beschrijving van lerarenbekwaamheid. Door vervolgens onder woorden te brengen wat de professionele manier van werken is van de goede, bekwame leraar in elke combinatie van beroepsrol en situatie, ontstaat er een beschrijving van lerarenbekwaamheid in competenties.
In de praktijk is gebleken dat het niet nodig is zestien competenties te onderscheiden: zeven competenties volstaan om alle wezenlijke aspecten van lerarenbekwaamheid goed in kaart te brengen.